Jeugdfonds laat kinderen niet aan de kant staan

Het Jeugdfonds Sport & Cultuur maakt het mogelijk dat kinderen van ouders die het niet breed hebben lid kunnen worden van een sportvereniging of aan dans, muziek of theater kunnen doen. In de amateurmuziekwereld is deze vorm van ondersteuning nog niet breed bekend. Toch kunnen ook muziekverenigingen meehelpen om kinderen uit gezinnen die leven op het minimum bestaansniveau mee te laten doen.

Cijfers waar je niet meteen bij stilstaat. Wist u bijvoorbeeld dat 378.000 gezinnen in Nederland rond moeten komen van het sociaal minimum inkomen? Dat betekent dat 1 op de 9 kinderen opgroeit in armoede. Voor deze kinderen is het lidmaatschap van een vereniging normaal gesproken niet weggelegd. Om nog maar te zwijgen over het volgen van bijvoorbeeld muziekles of de aanschaf van een instrument. Deze kinderen lopen allerlei kansen mis die voor andere leeftijdsgenootjes vanzelfsprekend zijn. Zij hebben niet de mogelijkheid om zich door sport of cultuur fysiek, mentaal en sociaal te ontwikkelen.

Het Jeugdfonds Sport & Cultuur (voorheen Jeugdsportfonds / Jeugdcultuurfonds) zorgt dat deze kinderen niet aan de kant hoeven te staan. Bijvoorbeeld door de contributie of het lesgeld te betalen voor kinderen en jongeren uit gezinnen waar te weinig geld is om te sporten, muziek te maken, te dansen, schilderen, toneel te spelen of op een andere manier creatief bezig te zijn. Vorig jaar kregen 70.000 kinderen door een bijdrage van het fonds de kans om hun sportieve en creatieve talenten te ontdekken. Voornamelijk op sportief terrein, maar ook op het gebied van cultuur. Uit die laatste categorie krijgt het fonds voornamelijk aanvragen uit de danssector te verwerken. Uit de muziekwereld worden relatief weinig verzoeken om ondersteuning ingediend. Belangrijkste oorzaak is onwetendheid. “Kinderen in dit soort gezinnen groeien niet op met cultuur”, legt directeur Monique Maks van het Jeugdfonds Sport & Cultuur uit. “Ouders met een minimum inkomen zullen ook niet vlug op de stoep staan bij een muziekvereniging om hun kind als lid aan te melden. Ze gaan ervan uit dat dat toch niet voor hen is weggelegd.” Ook bij verenigingen in de amateurmuziekwereld is deze vorm van hulpverlening vrij onbekend. Verenigingen staan er vaak niet bij stil dat er mogelijkheden bestaan om kinderen uit gezinnen die het niet breed hebben bij een lidmaatschap financieel te ondersteunen. En dat is volgens Maks heel erg jammer. Juist bij een muziekvereniging komen kinderen in aanraking met tal van aspecten die hun ontwikkeling ten goede komen. Immers muziek maken stimuleert de ontwikkeling van het brein en bevordert motorische en sociale vaardigheden. Kinderen leren samenwerken, ontdekken waar ze goed in zijn waardoor het zelfvertrouwen groter wordt en het concentratievermogen verbetert. Muziek maken in verenigingsverband is goed voor het groepsgevoel, discipline, trots en omgaan met conflicten. Een kind dat lekker in z’n vel zit, presteert beter thuis, op school en op straat. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maks: “Het is zonde als een kind dat dolgraag met muziek bezig zou willen zijn om financiële redenen al deze dingen niet zou kunnen meekrijgen. Terwijl het geld ervoor klaarligt. Het zou jammer zijn als dat niet gebruikt wordt waar het voor bedoeld is.”

Ouders kunnen zelf geen aanvraag indienen voor een bijdrage. Ook verenigingen kunnen dat niet. Aanvragen kunnen alleen gedaan worden door een intermediair: bijvoorbeeld een leerkracht, buurtsportcoach, sociaal wijkteam of schuldhulpverlener. Goed contact tussen onderwijsinstelling en vereniging is daarom van groot belang. Regelingen zoals Méér Muziek in de Klas en Impuls Muziekonderwijs hebben de relatie tussen basisschool en muziekvereniging de laatste jaren enorm versterkt. Die samenwerking kan nog meer resultaten opleveren als ook dit aspect meer aandacht krijgt. “Veel verenigingen zijn al aanwezig op school”, legt Maks uit. “Tijdens de lessen zal ongetwijfeld op een bepaald moment de vraag worden gesteld wie graag muziek zou wil maken bij de harmonie, fanfare of drumband. Een kind dat het thuis niet breed heeft, zal daar niet meteen zijn vinger voor opsteken. Het weet dat dat toch niet kan. Maar als dat kind tijdens de muzieklessen wel al die tijd heel enthousiast heeft meegedaan en er blijk van heeft gegeven dolgraag aan muziek te willen doen, zou bij de docent het belletje moeten gaan rinkelen om in actie te komen.”

Maks wijst erop dat ook de school er de vruchten van plukt als een kind zich happy voelt als het midden in de samenleving kan staan. “De juf krijgt in de klas een blijer kind terug. Een kind dat zich lekkerder in zijn vel voelt en zich daardoor beter zal ontwikkelen. Een muziekvereniging is wat dat betreft een van de meest waardevolle plekken in de samenleving. Een juf die een kwartiertje vrijmaakt om een aanvraagformuliertje in te vullen, kan een heel verschil maken in het leven van een kind.”

Het Jeugdfonds Sport & Cultuur is bedoeld voor kinderen en jongeren tussen de 4 en 18 jaar. Een aanvraag kan alleen gedaan worden door een intermediair. De contributie of het lesgeld wordt direct betaald aan de sportclub, vereniging of instelling waar het kind les heeft. Aanvragen mogen voor meerdere kinderen uit één gezin gedaan worden.

Bepalingen over de hoogte van de bijdrage of leeftijd van het kind kunnen per fonds of gemeente verschillen. Kijk voor de spelregels op de websitepagina van het fonds bij u in de buurt. De bijdrage moet jaarlijks opnieuw aangevraagd worden.

Voor kinderen die individueel muziek willen maken, biedt Pak aan! volop kansen. Via dit fonds worden instrumenten beschikbaar gesteld door het Instrumentendepot Leerorkest. Het lenen is gratis. Een instrument lenen gebeurt altijd in combinatie met muziekles via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Bij het fonds zijn 248 gemeenten aangesloten.

Informatie: https://jeugdfondssportencultuur.nl.

Dit artikel werd op 13 januari gepubliceerd in Klankwijzer.

(streamer)

‘Ouders met een minimum inkomen zullen niet vlug op de stoep staan bij een muziekvereniging’